Sinclair Beiles / William Burroughs / Gregory Corso / Brion Gysin. Minutes to go.
1960 Paris, Two Cities Editions, first edition, 63p. 21:13,5 cm.
Spine with small imperfections and discolouration. Provenance: collection Simon Vinkenoog.
Signed by Beiles, Burroughs and Corso and with two handwritten remarks by Burroughs: Under ‘Open Letter to Life Magazine’ (page 12) he wrote “by Sinclair Beiles”, and to his Cut-up text ‘Mao Tze’ (page 20) he added to the line ‘(fight fight talk talk… talk talk fight fight)’: “Fighting produces fighting./The response to talk/ is talk.”
Gerelateerd

Simon Vinkenoog e.a. Parijs 1950-1954.
Een collectie van zesenvijftig originele foto’s uit het archief van Simon Vinkenoog. Vintage prints (6:6 cm.) vrijwel allemaal door Vinkenoog voorzien van jaartal op de achterzijde. Prachtige snapshots uit Vinkenoogs Parijse periode toen hij werkzaam was bij UNESCO als Special Request Documents Officer. Naast inkijkjes in Vinkenoogs woon- en werkruimte, biedt de collectie terras-impressies en worden de nodige geliefden en vrienden geportretteerd. De foto’s brengen de intimiteit van het bohemien milieu ongedwongen in beeld en ademen een grote spontaniteit.
Behalve Vinkenoog zelf zijn onder andere Hans Andreus, Hugo Claus, Rudy Kousbroek, Hanny Michaëlis, Gerard Reve, Bert Schierbeek, Edo Spier en de ouders van Vinkenoog te zien. Vermeldenswaardig is de verloren gewaande foto uit 1951, waarop Hugo Claus samen met een kwaad achterom kijkende non is te zien. Dit beeld zou het verhaal moeten bevestigen dat Claus indertijd op straat jonge nonnen provoceerde door te proberen ze de kap van het hoofd te trekken.
![[:nl]Simon Vinkenoog (reg. nr. C1/12 A.143). Eigen werk. Eigen Ogen.[:]](https://www.demian.be/wp-content/uploads/2021/02/Vinkenoog_handschrift_gevangenis-240x240.jpg)
Simon Vinkenoog (reg. nr. C1/12 A.143). Eigen werk. Eigen Ogen.
Notitieboekje waarin Vinkenoog dagboekaantekeningen maakte tijdens zijn verblijf in de gevangenis van Utrecht, waar hij in het voorjaar van 1965 zes weken in de cel zat voor het bezitten van 0,16 gram marihuana. Handschrift in blauwe en zwarte inkt.
Maart-april 1965 Utrecht, Huis van Bewaring, 102p. 10:7 cm. Ringbinding.
De inhoud van dit dagboekje bestaat grotendeels uit niet gepubliceerde aantekeningen, enkele fragmenten zijn letterlijk terug te vinden in Vinkenoog’s ‘Tegen de wet. Zes weken Huis van bewaring, maart/april 1965’ (1980 Maasbree, Uitgeverij Corrie Zelen).
“8 maart 1965, 12u. in een/ blauw boekje op een groen/ tafelkleedje, cel A 1/12/ begane grond strafgevangeis/ Utrecht, Wolvenplein./ De gewapende schrijver. Ik behield mijn pen, sigaretten, aansteker,/ scheerapparaat, notitieboekjes/ en Willem. Willem houdt me in/ leven, in de identiteit die ik/ niet verlies door het afstand/ doen van mijn kleren, het ver-/ krijgen van een roepnummer &/ soortnaam, het dragen van/ een rijksmaskeradepak – maar/ die ik behoud van/ geboorte tot dood, en/ verder, en die in dit leven/ geboekstaafd staat als/ Simon Vinkenoog”
(Met ‘Willem’ bedoelt Vinkenoog LSD, hij smokkelde acht dosissen de gevangenis binnen.)
“1 boom te zien vanaf/ luchtplaats – kwetterende/ vogels. Zes weken kwetteren./ Kwettergek. Kamertje. Op/ de zon, ‘huiselijk verkeer.’”
“De/ gebaren niet meer kunnen/ maken. Handschrift is ‘n/ gevaarlijk iets, om over na te/ denken: waarom de mensen/ onleesbaar schrijven?/ Het schrijven./ Niet het overlezen, over-/ tikken, in’t net zetten,/ onderbrengen, rubriceren/ proza poëzie lezen?/ Ik blijf maar schrijven,/ ik zal wel zien wat/ overblijft – het geeft me/ de grootste vreugde, die/ van het – als ’n kind,/ bezig zijn.”

Remco Campert / Ysbrant. Zeventien schetsen voor Ysbrant. Gedichten met vijf zeefdrukken van Ysbrant.
1996 Antwerpen, Revolver, eerste druk, oplage 380 exemplaren 25,5:20 cm. Garenloos.
Gesigneerd door Remco Campert en Ysbrant.

Mon Meerts / Gust Gils. Drie bagatellen in gebiedende wijs. Met illustraties van Gust Gils.
1954 Antwerpen Lode Opdebeek Eerste druk, oplage 450 genummerde exemplaren, één van de vijfentwintig Romeins genummerde exemplaren. 22:16,5 cm. Ingenaaid.
Met opdracht: “voor hug c. pernath/ (die zonder snor, niet te verwarren met die van/ de krokodillen)/ brasschaat 16.IV.54/ gust gils/ (illustrator)”

Ben Klein. Nieuwe pohesie.
1968 Antwerpen Artisjokreeks 1 eerste druk, oplage 200 genummerde en gesigneerde exemplaren. 47p. 24:20 cm. Ingenaaid.
Omslagfoto Filip Tas.

Leonard Nolens. De muzeale minnaar.
Brugge 1973, Uitgeverij Sonneville, eerste druk. 38p. 20:13 cm. Garenloos.
‘De muzeale minnaar’ verscheen na deze uitgave nooit meer in druk.
De dichter verkiest om dit vroege werk samen met de gedichten uit zijn eerste bundel ‘Orpheushanden’ (1969) niet op te nemen in edities van zijn gedichten.
Het verschijnen en bestaan van de bundel ‘Orpheushanden’ was blijkbaar zo onopgemerkt gebleven dat Nolens in 1974 voor ‘De muzeale minnaar’ werd bekroond met de prijs voor het literaire debuut (…)
In de verantwoording van de verzamelbundel ‘Hart tegen hart’ (1991 Querido) beschrijft Nolens zijn eerste twee bundels als ‘een kluwen dat in latere bundels wordt afgewikkeld’ en een begin ‘waarin men woorden heeft en nog geen taal’.

Leon Van Essche. Catalogus tentoonstelling ICC.
1981 Antwerpen ICC, catalogus nummer 206 24p.
Met losbladige reproducties in kartonnen map. 30,5:22 cm.

Remco Campert / Lucebert. Straatfotografie. Met tekeningen van Lucebert.
1994 Landgraaf Uitgeverij Herik Eerste druk, oplage 299 genummerde en door de auteur gesigneerde exemplaren, Zwarte Reeks nummer 25 22:14 cm. Ingenaaid.
